Normaliter spreek ik hier iemand over zijn ervaring met taijiquan of qigong. Maar in deze pandemie wilde ik (onze plek in) de natuur, gezondheid en ziekte nader bezien en wel vanuit de Chinese geneeskunde. Yan Schroën is niet alleen uiterst bekwaam op dit gebied, hij blijkt ook een bruisend spreker. Zijn coherente betoog leidde me van eindeloze vergezichten naar verbijsterende inzichten.

Yan, je bent herbalist?
In de praktijk werk ik met acupunctuur en kruiden.

Je bent ook opgeleid in biochemie?
Oorspronkelijk kom ik uit de biochemie, daarnaast heb ik in Hilversum de dagopleiding natuurgeneeskunde gedaan. Vanuit de biochemie heb ik me bezig houden met zelforganiserende complexe systemen, hoe 100.000-den variabelen in de natuur zichzelf organiseren. Op die manier kwam ik steeds dieper terecht in de Chinese geneeskunde, want het daoïsme heeft een manier gevonden om dat soort complexe systemen heel mooi te benaderen en te beschrijven. Zo ben ik daarin verzeild geraakt.
Binnen de biochemie heb ik me bezig gehouden met neurofysiologie en bewustzijn. Bij onderzoek in het westen zoomen we in, we zoeken details. En dat is fantastisch, daar leer je veel van: neuronen en neurotransmitters. Maar bewustzijn is heel groot, en mijn gevoel zei me dat ik daarvoor moest uitzoomen in plaats van inzoomen. Het probleem bij uitzoomen is dat je opeens heel veel variabelen krijgt. Je moet dan een manier zien te vinden om daarmee om te gaan. Dus heb ik complexiteitswiskunde gedaan, chaostheorie, fractals. En toen ik dat aan het doen was dacht ik, maar dit is daoïsme! Daoïsme is een andere manier van taal dan complexiteitswiskunde, maar het is hetzelfde.
Ik heb in Nederland een opleiding acupunctuur gedaan bij de EUTCM. Daarna ben ik verzeild geraakt in China, waar heb ik mijn master heb gedaan in Chinese geneeskunde. De daoïstische filosofie heeft me heel veel geleerd over biochemie, over biologie en zelforganiserende systemen. De kunst is, naar mijn idee, om de taal uit een andere cultuur en uit een andere tijd naar onze westerse 21e eeuw te brengen, zonder dat je iets beschadigt aan zowel het Chinese paradigma als aan het westerse paradigma. Voor mij is dat de systeembiologie geworden. Dus ik doe nu twee, tweeënhalve dag in de week praktijk, en de andere tijd houd ik me bezig met onderzoek aan systeembiologie. Ik ben lange tijd, meer dan 15 jaar, verbonden geweest aan het Sino-Dutch Centre for Preventive and Personalised Medicine. We zochten er naar een metataal om de twee paradigma’s tussen Oost en West te verbinden en zo meer inzicht te krijgen in complexere chronische aandoeningen zoals diabetes, obesitas of reuma. Die combinatie tussen Oost en West, dat is mijn grote uitdaging.