door Dirk Jan ter Haar — In mijn vorige boekbespreking, in TQT 26, gaf ik aan een serie te wijden aan boeken over de toepassingen van de wuxing. Waar ik eindigde met ‘…de mens, die wordt nog net als 10.000 jaar geleden beheerst door emoties …’, pak ik nu de draad weer op.

De mens verandert, zowel individueel als collectief, maar veel blijft gelijk. Die 10.000 jaar van hierboven is vrij willekeurig, ik had ook 20.000 of 2.000 kunnen schrijven. Ons lichaam is hetzelfde gebleven, onze basisemoties zijn gelijk gebleven en we zijn er niet intelligenter op geworden. Wat wel heel erg is veranderd is de wereld waarin we leven. Deze verandering is toe te schrijven aan de enorme toename van kennis. Die weer een gevolg is van uitvindingen als het schrift, het papier en de boekdrukkunst. Onze kennis en de daarop berustende technologie, farmacologie en ‘life science’ zijn op een punt gekomen dat op een basaal niveau ingegrepen kan worden op ons lichaam, onze emotieregulering en onze intelligentie. In hoeverre dit wenselijk is zal voor een deel rationeel, maar vooral emotioneel bediscussieerd worden.

Het gemoed van de mens is van nature, net als bij alle andere dieren, tevreden of zelfs blij en gelukkig. Regelmatige stress hoort bij het leven, maar in een natuurlijke omgeving is het evenwicht weer snel hersteld. Maar dieren in gevangenschap en mensen in een niet-natuurlijke leefomgeving herstellen het evenwicht niet of moeizaam.

Naast de toegenomen kennis over het manipuleren van mens en wereld door middel van moderne methodieken is er ook veel ‘oude’ kennis makkelijk beschikbaar gekomen. Over hoe we onszelf van binnen uit kunnen veranderen. Je kunt je leven in zekere zin vorm geven. Je kunt kennis opdoen over het lichaam en dat door voeding en oefening vormen. Je kunt wijsheidstradities en filosofieën bestuderen en zo je geest en ziel vormen. Leren en oefenen, daar gaat het om. Hoe raak je gemotiveerd? De beslissingen die we nemen, de keuzes die we maken zijn vaak meer emotioneel dan rationeel. Hoe bereik je een heldere geest, niet verstoord door emotionele oprispingen?

Emoties zijn natuurlijk, zonder kun je niet leven, er is niks mis mee, ze zijn prachtig. Voel ze, ervaar ze en laat ze weer gaan. Maar dat is helaas niet zo makkelijk om te doen. Emoties kunnen ons leven verzieken, in de letterlijke betekenis. Onze relatie met onze omgeving verpesten. De oorzaak zijn van wereldomvattende rampen. De boeken die ik hier behandel gaan over de energieën van de emoties en hoe je die in balans kunt brengen.

Ton van Gelder was arts, homeopaat en acupuncturist. Tot zijn overlijden in 2005 schreef hij een column in het Rotterdams Dagblad. Daarvan zijn een aantal gebundeld als boek verschenen zoals De Kunst van het leven en De Kunst van het voelen. Van Gelder had een vlotte en heldere manier van schrijven. Hij slaagt er goed in de kennis over te brengen in duidelijke taal, door iedereen te lezen en te begrijpen. Hij put uit zijn medische praktijk voorbeelden en brengt het zo heel dichtbij. Het gemak waarmee hij schrijft, brengt hij ook in de presentatie van de oefeningen. De ondertitels van de boeken die ik hier behandel illustreren dit: Energetische meditatie – moeiteloos leven met ‘stromende energie’ en De lachende Boeddha – de weg van de minste weerstand naar gezondheid, wijsheid en geluk.

Energetische meditatie

Ton was directeur van het Instituut voor Energetische Geneeskunde. Voorwaarde voor ons welbevinden, zo schrijft hij, schuilt in energetisch evenwicht. En de toegang daartoe is: voelen. In dit boek biedt hij zijn methode stapsgewijs aan. Het begint met wat in de boeddhistische traditie samatha wordt genoemd; kalmtemeditatie. Rustig ontspannen zitten en je adem tellen tot je bij 100 bent. Daarna is de microscopische kringloop aan de beurt. Uit het nawoord in De Lachende Boeddha wordt Mantak Chia als inspirator genoemd, maar Ton heeft duidelijk een eigen benadering. Zo begint Chia bij het onderste dantian en gaat dan achter omhoog langs de du-mai, Van Gelder start bij het derde oog en het openen van de ren-mai. Pas bij oefening 14 is er sprake van circulatie. Hij integreert in de oefeningen ook methodes uit de yoga-energetica. In totaal zijn het 21 oefeningen, beschreven in 80 pagina’s die je stapsgewijs steeds verder brengen. In de daarop volgende 20 pagina’s wordt uitleg gegeven over de energie van emoties die samenhangen met de organen. De orgaangeesten shen, hun, po, yi en zhi komen kort ter sprake. In het afsluitende hoofdstuk, Energie en spiritualiteit, verschijnen vrij abrupt de chakra’s ten tonele en de door Van Gelder ontwikkelde homeopathische chakramiddelen. Dit had, om een inhoudelijke stijlbreuk te voorkomen, beter een afzonderlijke plaats achter in het boek kunnen krijgen. Al met al is het een zeer bruikbaar boek voor wie de kringloop wil leren of, voor degenen die dit al geleerd hebben, de ervaring met deze andere benadering willen verdiepen. Ook als je doel niet de kringloop is kan het boek voor beoefenaars van qigong of meditatie inspirerend zijn. De benadering is heel direct en praktisch, Chinese termen worden nauwelijks gebruikt.

De lachende Boeddha

De titel van het boek verwijst naar goedlachse dikbuikige Boeddha, die vaak omringd wordt door spelende kindertjes. Bekend uit Chinese restaurants en als fengshui-attribuut. Daar waar het vorige boek bijna op het eind enige aandacht aan besteedde, de energie van de emoties die verbonden zijn met de orgaansystemen nier, milt, lever, hart en long, wordt hier uitvoerig op ingegaan. Het boek bestaat uit drie delen. Het begint met de uitleg: indrukken komen ons systeem binnen en veroorzaken een lichamelijke sensatie die veelal niet wordt opgemerkt,. Vrijwel meteen wordt dit gevoel ervaren als een emotie die aangenaam of onaangenaam is. Onaangenaam gelabelde emoties roepen weerstand op, het denken creëert een rechtvaardiging voor het (afwijzen van) gevoel.

In het tweede deel wordt voor ieder orgaansysteem beschreven welke emoties het veroorzaakt, hoe ze in een yang-fase komen en veel energie vertonen in het uiten of juist onderdrukken van de emotie, om tenslotte in de yin-fase te geraken en zich te uiten als ziekte. Ieder mens heeft een of twee emoties die overheersen en dus uiteindelijk tot een bepaald ziektebeeld leiden. Met voorbeelden uit zijn praktijk maakt Van Gelder het heel herkenbaar. Het derde deel bestaat uit een werkboek waarmee je methodisch aan de gang kunt gaan om jouw zwakke plekken te balanceren of om, zoals hij aanraadt, alle orgaansystemen te zuiveren. Hij gebruikt niet de wuxing relaties, heeft het niet over de ‘elementen’ maar behandelt ieder systeem op zich. Voor wie de Liuzijue, de ‘zes helende klanken’ in een van de vele vormen beoefent kan dit boek zeker een verrijking betekenen. Het boek eindigt met de kalmtemeditatie waar het eerste boek mee begint, een gesloten cirkel.

Ik heb nauwelijks iets aan te merken op deze boeken. Over de chakra’s en de homeopathische kuur die wat abrupt aan het eind van het eerste boek geplakt zijn had ik het boven al. En als Pietje Precies: op pagina 12: ‘In de Oosterse spirituele tradities wordt de mens gezien als een ziel geïncarneerd in het lichaam.’ Hoewel veel boeddhisten dit inderdaad geloven, is het bijgeloof; dat de ziel (atman) een illusie is, is een basaal kernpunt van Boeddha’s leer. En, op pagina 13: het woord meditatie komt niet van het Latijnse woord mete, maar van meditari dat ‘peinzen, overwegen’ betekent, dus eigenlijk een onjuiste benaming is voor deze praktijk.