Jaren geleden vertelde een vrouw me dat ze ‘bij ene Martin Wessels’ geweest was. Ze was erg te spreken over hem. Toen de bespreking van het boek van Jan Kraak deze zomer reacties opriep, bleek de meest genuanceerde van juist deze Martin te zijn. Een ontmoeting was onvermijdelijk. Zo rijd ik begin november door idyllisch Twente naar Enschede.

Waar zullen we beginnen?
Jan Kraak was een goede vriend van mij. Dirk Jan en Jan hebben elkaar begin jaren 90 een paar keer samen op door mij georganiseerde lessen met Tang Wei en Wang Yan hier in Enschede ontmoet. Wat Dirk Jan schreef over Jans boek, daar ben ik het helemaal mee eens. Het is een slecht boek. Er staan geschiedkundige onwaarheden in, er zijn termen niet goed vertaald en het is niet geredigeerd uitgegeven na Jans dood. Ik had het niet eens gelezen voordat het uitkwam, hoewel ik er het voorwoord voor had geschreven.
Maar het boek zegt weinig over de man zelf. Jan was echt een heel bijzondere kerel die veel heeft betekend voor veel mensen. En Dirk Jan heeft zijn persoon belicht op een manier die hem geen recht doet op basis van een enkele ontmoeting. Zelf heb ik Jan ruim 25 jaar van zeer nabij meegemaakt. Hij was eigenzinnig, maar niet per definitie tegendraads. En in tegenstelling tot wat Dirk Jan over hem zei, vond ik hem zeer toegankelijk. Ja, Jan had zijn stellingen en visie met betrekking tot van alles en nog wat en die leken onweerlegbaar. Maar hij schreef ook om discussie los te maken. Als er reacties op kwamen ging hij er, in mijn beleving, op een heel goede en prettige manier mee om.

Je gaf al les toen je hem leerde kennen?
Ja, dat kwam zo: het begon met gitaarles die ik volgde bij Bas van ’t Wout. Hij was een bijzonder begaafd gitarist en deed ook taijiquan voor zijn ontspanning. Op zeker moment kon Bas door een stoornis in zijn hersenen zijn vingers niet meer gebruiken om te spelen. Zo rond die tijd zat ik zelf ook klem. Ik hyperventileerde zozeer dat ik niet eens de straat op durfde. Bas zei: ‘Je moet taiji proberen, ik heb er veel aan.’ Zo ben ik samen met hem intensief gaan oefenen, de 8 brokaten en stukjes van de vorm, de yangstijl van Lee Ying-arng, een vorm van 58 houdingen, van een video. Er was destijds nog niet veel op dit gebied, helemaal niet hier in Twente. In het begin haalde hij me daarvoor van huis op. Maar ik knapte er zo snel van op, dat ik na een maand of twee weer zelf naar hem kon fietsen voor onze lessen, dat was heel bijzonder. Toen dacht ik: dit blijf ik doen tot het einde der tijden.
Met Bas ben ik in 1986 begonnen er les in te geven. Ik kocht elk boek en tijdschrift op dat gebied dat ik erover kon vinden. Ik reisde ervoor met de trein naar Amsterdam en had het virus helemaal te pakken. Rond 1988 heb ik ook mijn eerste workshops bij de STN gedaan, onder andere een stokvorm bij Bun Piac Chan.
En toen kwam ik Jan Kraak tegen. Die zei: ‘Alles verandert, dus je moet ook niet vastzitten in je taiji-oefeningen. Je moet constant bewegen binnen de mogelijkheden die je hebt. Als je niet alle bewegingen kunt doen, moet je de bewegingen aanpassen.’ Dat vond ik fascinerend. Ik zat vrij strak in het pak van de vorm en dit vond ik een mooie dimensie erbij.