Als zachtaardig en zakelijk samengaan – Patricia van Walstijn

by | 08/01/2018 | Interview

Zodra Patricia heeft toegestemd in een interview, tovert Dirk Jan ter Haar de drie boeken die zij schreef tevoorschijn. Als we elkaar een paar weken later ontmoeten in het Spijkerkwartier in Arnhem, onthult én ontkracht de realiteit mijn onbewuste verwachtingen weer: deze frêle vrouw in jeans en gebreide trui lijkt tegelijk zachter én stoerder dan op de foto’s die ik ken.

Patricia, je bent nu precies 20 jaar bezig met zhineng qigong?

Vanaf 1997, dus ja, dat is 20 jaar; tijd voor een feestje.

Je eerste boek verscheen in 1999: Chi-Neng Qi-Gong. Meditatie in beweging voor de westerse mens.

Nu zou ik zeggen, toen wist ik nog niet veel van qigong. Dat boek gaat meer over mijn reis naar China en wat ik daar meemaakte. In 1997 heb ik voor het eerst qigong beoefend in Amerika waar ik toen woonde. Mijn toenmalige partner kwam uit de martial arts, en zag bij de tandarts een foldertje voor qigong. Hij zei, dat wil ik wel eens doen, want het is meer voor de gezondheid, rustiger en minder prestatiegericht. Dus volgden we een tweedaagse workshop bij Luke Chan, hij gaf zhineng qigong, onder de Amerikaanse naam Chi-lel. Ik was er direct door gegrepen en wilde er zeker mee door. We hoorden dat de vorm ontwikkeld was door een Chinese arts en acupuncturist, dr. Pang Ming, en dat er in China een ziekenhuis was waar duizenden mensen dit oefenden met veel resultaat. Roy, zelf arts en acupuncturist, zei, ja, je kunt ons van alles op de mouw spelden, maar dat wil ik zien. En voordat ik het wist zaten we in 1998 in China.

Zo is het begonnen.

Wat zag je daar?

In het Zhineng trainingscentrum werden jonge mensen, gezond en sterk, opgeleid tot leraar. Er werd intensief getraind. Li Hongshi, mijn leraar, is nu 45 en hij leidde er leraren op. Ze trainden er keihard, acht uur lang staande meditatie bijvoorbeeld.

In het Huaxia Zhineng Healing Centre, het medicijnloze ziekenhuis, of gewoon Het Centrum, waren toen ik er was 7000 mensen. En die waren allemaal ziek. Zover als je kon kijken stonden mensen te trainen. In de bomen hingen luidsprekers en iedereen werd tegelijk door eenzelfde oefening geleid. Het was ook een gewoon ziekenhuis waar alle medische apparatuur aanwezig was; er werd bloed onderzocht, echo’s en cardioscans gemaakt. Bij aankomst in het centrum werd iedereen doorgelicht, en die metingen werden na zo’n 23 dagen trainen herhaald. Het waren over het algemeen arme mensen, die uit heel China kwamen en voor wie dit de laatste hoop was. Het was non-profit: je kon er voor $ 70 per maand aan je gezondheid werken.

Konden jullie communiceren met de mensen?

Een jonge vrouw die redelijk Engels sprak tolkte voor ons. We hebben veel gecommuniceerd met gebaren. Mensen vertelden waar ze last van hadden door het aan te wijzen aan hun lichaam en ze lieten scans zien waarop de vooruitgang te zien was. Het effectiviteitspercentage was heel hoog en de sfeer was van hieperdepiep; als iemand goed resultaat had kreeg een ander, met eenzelfde aandoening, weer goede hoop. Er hing een heel optimistische sfeer.

Dit nummer gemist? Nieuwsgierig naar het volledige interview?

Bestel TQT 20