Graag of traag – Jacqueline Ansem

by | 05/07/2018 | Interview

Een verveelde puber zit op de trap voor de openbare bibliotheek in hartje Amsterdam met een lasertje duiven te pesten. ‘Hee, moet je niet doen joh,’ zegt Jacqueline, zonder stemverheffing, zonder ook maar een vezel schrap te zetten, ‘daar worden ze bang van.’ De knul werpt een verbaasde blik op de relaxte vrouw met fivefingershoes voor hem. En stopt.

Ik dacht dat we een vergelijkbare start hadden, maar je was eind jaren 90 al in China?

Een vriendin van mij, die Chinees studeerde in Leiden, is naar China gegaan waar ik haar opzocht. Omdat ik in de gezondheidszorg werkte en ook masseerde, heeft ze voor mij een stage geregeld in het Rode Kruis ziekenhuis in Guangzhou, om er drukmassage te leren. Het was in de eerste plaats een opleidingsplek voor acupuncturisten vanuit de hele wereld. In mijn groepje zat een Chinese student medicijnen, westers en traditioneel, die ook moest leren masseren. Hij deed al jaren taiji, waar ik toen nog helemaal niets van af wist, en zo gingen we met hem taiji doen. Je kon ook iedere dag op het dak van de studentenflat bij iemand anders qigong doen, dat heb ik ook gedaan.

Ik vond het allemaal zo vreselijk leuk, dat ik, terug in Nederland, er een beetje op rondkeek en bij mijn wasserette een artikeltje vond over de taijilessen van Jorge Alarcon Ramirez. Ik dacht, dit is echt voor mij. En dat was ook zo, want het is nu 20 jaar geleden dat ik bij hem begon.

Ik had al jong wat met China, als kind had ik Lin Chung en de rebellen van Liang Shan Po gezien, een serie op tv. Een verhaal met helden die opkwamen voor het volk, en allemaal bijzondere dingen konden: ze springen tientallen meters hoog en ver en lopen even hard als de wind; het waren vechtkunstenaars. Dat heb ik toen zo vreselijk mooi gevonden en op een of andere manier echode dat ergens in mijn hoofd na. Zo komt van het een het ander.

Wat leerde je bij Jorge?

Jorge deed taiji in de stijl van Chen Man Ching, de 37 vorm. Hij had hem van Poa geleerd maar ook bij William Chen getraind, bij Benjamin Lo en Patrick Kelly.

In de zomer leerde ik van hem in het Westerpark in Amsterdam de vijf relaxing exercises. Maar niet de eerste, of beter, de nulde, de ‘up-and-down’. Waarschijnlijk heeft master Huang deze oefening pas later in zijn leven ontwikkeld. Jin zegt dat Huang hier alles heeft ingestoken wat hij begrepen heeft van taiji en wat je moet weten en doen, ook in de vorm.

Wat heeft master Huang er ingestopt?

Dat het hele lichaam moet bewegen, eenheid, ontspanning, connectie, naar boven en naar beneden. Dat moet je dus allemaal ook doen als je van je ene naar je andere been gaat. Dat doen we allemaal niet, want we gaan meestal een beetje schuin; we ontspannen het achterste been onvoldoende, zodat we niet goed in het voorste been terechtkomen.

Maar als je die nulde vooroefening goed doet, kom je ook veel dieper in je benen, zodat je in een boogstand ook de voorste heup kunt ontspannen. Je leert er in om in je benen en lijf helemaal los te laten, en de connectie te voelen tussen boven- en onderlichaam en dat je schouders mee gaan doen. Zo creëer je langzaamaan bewustzijn over je hele lijf.

Dit nummer gemist? Nieuwsgierig naar het volledige interview?

Bestel TQT 22