Een Gesamtkunstwerk – Prof. Dr. Dan Vercammen, Fei Danning

by | 03/06/2016 | Interview

Een Gesamtkunstwerk is een ideaal samenspel van alle kunsten. De term is bekend geworden door de 19e-eeuwse componist en tekstschrijver R. Wagner. Hij wilde in zijn opera`s, waarvoor hij zelf de libretto`s schreef, de vorm ondergeschikt maken aan het inhoudelijk gegeven. Beter kan ik werk en leven van Dan Vercammen en zijn partner An Woestenborghs niet duiden.

Onze lezers doen taijiquan of qigong en zijn wellicht van daaruit geïnteresseerd in Chinese filosofie. Uw weg was omgekeerd?

Het is bij mij wel degelijk begonnen met interesse in taijiquan en qigong, niet alleen in de praktijk maar ook in de achtergronden.

Al mijn interesse komt uit het willen doorgronden van de mens en de werking van het lichaam. Eerst heb ik gezocht in de Indische traditie, in yoga, maar daar ontbrak iets. Toen heb ik bij een Chinese leraar uit jouw regio  hier in Antwerpen een aantal van de Zuidelijke krijgskunsten geleerd. Dat was al interessanter, maar voornamelijk sport. Ik wilde meer weten van de achtergronden. In die periode, midden jaren 70, was er hier niet veel over te vinden. Dus ben ik Chinees gaan leren, zodat ik Chinese boeken kon lezen; ik trainde door en studeerde af als sinoloog.

Toen ben ik in China gaan kijken wat daar nog te vinden was van zowel de cultuur als de praktijk. En zo ben ik er in gerold: ik kwam vooral in milieus waar taoïstische alchemie de hoofdrol speelde. Voor mijn vertrek had ik op dat gebied al iets gedaan, een soort van qigong training, en gelezen en in China zag ik kans om die dingen te combineren en uit te breiden. Ik heb ook de andere innerlijke krijgskunsten geleerd en Chinese geneeswijzen van taoïstische origine om zo een totaler beeld te krijgen.

Bent u veel in China geweest?

In 1985 – 1986 heb ik een jaar in Shanghai aan de Fudan Universiteit, de Sportuniversiteit en met diverse krijgskunstmeesters gestudeerd en gewerkt. In 1986 kreeg ik de gelegenheid om aan de Gentse universiteit aan een onderzoek en een proefschrift te beginnen over de innerlijke krijgskunsten en de relatie met qigong en alchemie. Ik heb vooral hier veel gelezen en getraind, maar in de zomervakanties ging ik voor twee maanden naar China om daar verder te studeren en met mensen te praten en te leren.

Hoe vond u die mensen?

Ik had onder meer contacten aan de sportuniversiteit van Shanghai en kwam zo in contact met meesters. Zo leerde ik bijvoorbeeld een van mijn leraren kennen, Li Ziming, die hoofd was van de onderzoekassociatie van baguazhang; hij was vooral iemand van de praktijk.

Was het in die tijd dat u Shen Hongxun ontmoette en naar het westen gehaald heb?

Dat klopt, van mijn zuurverdiende spaarcentjes. Ik trainde vanaf 1985 bij Shen Hongxun en assisteerde hem ook. Toen ik in 1986 de gelegenheid kreeg om hier in België te doctoreren, zei ik hem: ‘Zullen we samen verder werken? Dan kom jij naar het westen.’, en dat heb ik toen geregeld. Dat was moeilijk omdat hij geen wetenschapper was en geen wetenschappelijke publicaties had. Ik heb hem laten inschrijven als onderzoeker aan de Gentse universiteit, bij de afdeling sinologie. Op die manier kon ik hem in januari 1987 ontvangen en konden we blijven samenwerken.

Met zijn komst introduceerde u grote veranderingen; waaronder de polemiek rondom het spontane bewegen?

Die controverse speelt niet alleen hier, maar ook in China. Het probleem zit niet zozeer in het spontaan bewegen: dat is al eeuwenlang bekend en is niet typisch Chinees. Het is een soort van trancetoestand die je in allerlei oude culturen terugvindt.

Dit nummer gemist? Nieuwsgierig naar het volledige interview?

Bestel TQT 14