Als muziek van Bach: invoelend en objectief – Helen IJsselmuiden

by | 15/03/2016 | Interview

Vol-ledig, de school van Helen, bestaat twintig jaar. Op een zonnige zaterdag in februari wordt dit in Zeist gevierd met een programma dat varieert van een demonstratie zwaard tot workshops taiji, qigong en meditatie, van lekker eten of thee proeven tot poëzie en vorm geven aan je grootste verlangen. Het is er een komen en gaan van mensen.

Helen, ik zag zaterdag opvallend veel rustige en sterke vrouwen.

Mijn insteek in de lessen is: wat ervaar je nu? Daar focus ik op: op het jezelf ervaren door te aarden, dan leg je een bodem waarin je kunt ontvangen wie je bent. Als je geen bodem hebt, ga je óf omhoog, machogedrag vertonen, of je maakt je kleiner, gaat krom staan, één van de twee, maar je kunt dan niet rusten in jezelf.

Je columns voor het tijdschrift vormden een genuanceerde, gegronde vrouwelijke inbreng. Ook je blogs getuigen van gevoel zonder dat ze zweverig worden.

Mijn moeder is van mij bevallen in wat later een abortuskliniek zou worden, huis Uyt den Bosch in Haarlem. Op mijn geboortekaartje stond: moeder is in het bos en vader is in de wolken. Dit is Chinees ten voeten uit: de aarde en de hemel. Die twee moet je als mens met elkaar zien te verbinden.

Zaterdag zei je: Ik houd van feestjes maar ben er het liefst onzichtbaar. Raar voor iemand die al twintig jaar voor groepen staat.

Het is het mooiste wat me is overkomen, of beter, wat ik heb kunnen kiezen natuurlijk. Het is een hele ontwikkeling geweest. Opgegroeid met vier grote broers vertoonde ik van klein meisje af aan macho gedrag. Door een ongeluk kom je makkelijk in slachtoffergedrag terecht. En dat is wat 20 jaar Vol-ledig mij heeft gebracht, dat ik steeds meer in mezelf aanwezig ben in plaats van óf er onder te duiken óf eroverheen te gaan. Geen van deze gedragingen zet je in je energie, in het aanwezig of geworteld zijn. Die rationele kant en die gevoelskant moeten bij elkaar komen.

De qigong die je onderwijst is gebaseerd op het afvoeren van afvalstoffen, de zogenaamde binqi?

Ik heb dat geleerd bij het Buqi instituut waar ik in 1999 begon te trainen bij papa Shen, dr. Shen Hongxun.

Hoe kwam je daar terecht?

In de jaren 80 trainde ik taiji in Den Haag en Utrecht, waar ik tegen de mannelijke manier van trainen aan liep. Ik zat vast in mijn bekken, maar er was niemand die me daar op wees. Als je daar niet op traint kom je geen stap verder. In 1992 heb ik een ongeluk gehad waardoor ik er een jaar uit was. Nadat ik met Feldenkrais opkrabbelde wilde ik toch weer naar taiji: het had me geraakt en niet meer losgelaten. Mijn docente bood me op zeker moment een groep aan van mensen met fibromyalgie (‘jij hebt ook een handicap, is dat niks voor jou?’). Ik dacht, laat ik het eens drie lessen proberen. Ik kon niet meer achter een bureau zitten, of als vertegenwoordiger de weg op. Ik was 29 en had geen enkel werkperspectief meer. Toen die lessen mij én hen bevielen ben ik met scholing in taiji begonnen: bij een leerling van Jan Kraak, Jan Snel, heb ik twee certificaten tai chi tao gehaald. Het was daar dat iemand me zei: ‘Jij moet eens bij het Buqi Instituut gaan kijken, volgens mij is dat iets voor jou’. En zo belandde ik een eerste weekend bij Shen Jin; die haar les begon met spontane beweging. Ik wist daar niets van af. In mijn beleving begon een zaal van 80 mensen totaal hysterisch te doen. Toch waren ze niet zo gek als er uitzagen, want toen Shen Jin zei: ‘Stoppen’, stopten ze allemaal. Alles wat ik kon verkrampen had ik intussen verkrampt.

Dit nummer gemist? Nieuwsgierig naar het volledige interview?

Bestel TQT 13